Het roguelike-genre begint ondertussen aardig vol te raken. Het principe van doodgaan, opnieuw beginnen, sterker worden en hopen dat je tijdens de volgende poging wat verder komt, hebben we inmiddels in tientallen verschillende vormen gezien. Een game moet tegenwoordig wel met iets interessants komen om op te vallen. Moros Protocol probeert dat vooral te doen door het genre te combineren met een ouderwetse first-person shooter. Denk aan DOOM en Wolfenstein, gooi daar een flinke scheut neonverlichting overheen en je hebt een aardig beeld van wat je kunt verwachten. De eerste runs maken daarbij een prima indruk, maar de grote vraag is natuurlijk of Moros Protocol genoeg doet om interessant te blijven.

Een neonversie van DOOM
Je wordt wakker aan boord van de Orpheus, een verlaten oorlogsschip dat ergens in de ruimte zweeft. Veel tijd om rustig uit te zoeken wat er precies aan de hand is krijg je niet, want het schip zit vol met allerlei monsters. Daarbij is vooral leuk dat Moros Protocol zijn roguelike-opzet ook daadwerkelijk onderdeel maakt van het verhaal. Je hoofdpersonage is zich bewust van het feit dat hij telkens terugkomt en reageert hier ook op. Gedachten en dialogen veranderen gedurende je pogingen en daardoor voelt het opnieuw beginnen tenminste niet alsof iemand simpelweg op de resetknop heeft gedrukt. Er zit verrassend veel dialoog in de game en dat helpt om nieuwsgierig te blijven naar wat er precies aan boord van de Orpheus is gebeurt.
De grafische stijl is tof. Moros Protocol kiest voor een combinatie van low-poly modellen en pixelachtige textures, waardoor het geheel behoorlijk retro oogt. Het doet regelmatig denken aan de shooters uit de jaren negentig, alleen dan voorzien van moderne lichteffecten. Vooral de felle kleuren en neonachtige verlichting komen goed tot hun recht in de donkere gangen van het ruimteschip. Vijanden, projectielen en wapeneffecten springen lekker van het scherm. Het is een slimme combinatie van oud en nieuw. Gelukkig wordt er niet alleen maar naar het verleden gekeken als het om de gameplay gaat. De besturing voelt namelijk behoorlijk soepel aan. Rennen, springen, sprinten en dashen gaat lekker snel en tijdens grotere gevechten kun je behoorlijk vlot door een kamer bewegen. Schieten voelt eveneens prima. Alleen het draaien van de camera staat standaard wat langzaam ingesteld.

Met een katana de ruimte in
Iedere run begin je in ieder geval niet volledig kansloos. Je hebt altijd een katana bij je waarmee je vijanden van dichtbij kunt aanpakken. Dat wapen is vooral handig wanneer je munitie wilt besparen of wanneer een vijand iets te dichtbij komt. Daarnaast heb je nog twee slots voor andere wapens. Daar kun je bijvoorbeeld geweren en verschillende energiewapens in stoppen. Zoals je van een roguelike mag verwachten liggen die natuurlijk niet netjes voor je klaar. Je moet tijdens het verkennen hopen dat je interessante wapens en upgrades tegenkomt en vervolgens je speelstijl aanpassen aan wat de game je geeft.
De eerste runs zijn hierdoor divers. Er gebeurt eigenlijk constant wel iets. Je ontdekt nieuwe wapens, krijgt andere drops en na een mislukte poging is er meestal wel iets te verbeteren. De levels worden iedere keer opnieuw samengesteld uit verschillende onderdelen, waardoor je nooit precies weet wat er achter de volgende deur zit. Ook de hoeveelheid verschillende items en wapens zorgt ervoor dat je in het begin steeds nieuwsgierig bent naar wat je deze keer gaat vinden. Op dat moment laat Moros Protocol zien dat de basis uitstekend verzorgd is. De effecten zien er goed uit, het schieten voelt lekker en er is voldoende progressie om direct nog een poging te willen wagen.

Geluk wordt steeds belangrijker
Na een tijdje verschijnt helaas hetzelfde probleem dat ik bij veel roguelikes tegenkom. Er komt een punt waarop je tegen een muur aanloopt en het antwoord van de game vooral lijkt te zijn: nog een paar runs spelen. Je moet grinden om sterker te worden en ondertussen hopen dat je tijdens een poging de juiste spullen tegenkomt. Voor mijn gevoel bestaat succes in Moros Protocol daardoor voor ongeveer 75 procent uit geluk en slechts 25 procent uit vaardigheid. Natuurlijk moet je zelf goed kunnen schieten, bewegen en aanvallen ontwijken, maar wanneer de game besluit om je matige wapens en onhandige upgrades te geven, kun je daar maar beperkt tegenop spelen.
Vooral in het begin van een run kan dat behoorlijk vervelend zijn. Health is namelijk niet zomaar overal beschikbaar. Je moet eerst een balk vullen voordat je jezelf kunt genezen en wanneer je vroeg in een poging een paar flinke klappen krijgt, loop je al snel achter de feiten aan. Dat is extra gevaarlijk omdat zelfs relatief simpele vijanden behoorlijk veel schade kunnen veroorzaken. De basiswormen lijken misschien niet indrukwekkend, maar wanneer je ze onderschat kunnen ze je run verrassend snel verpesten. De verschillende vijanden zorgen gelukkig wel voor voldoende afwisseling en ook de eindbazen kunnen flink pittig zijn. De game vraagt dus zeker iets van je, alleen voelt een nederlaag niet altijd alsof jij degene bent die een fout heeft gemaakt.

De gangen beginnen bekend te worden
Daar komt bij dat de procedurele generatie na een aantal runs wat van zijn glans begint te verliezen. Je gaat al vrij snel dezelfde soorten kamers en gangen herkennen. De ruimtes zijn bovendien meestal niet bijzonder groot. Daardoor verandert de volgorde waarin je locaties tegenkomt wel, maar voelt het niet altijd alsof je werkelijk een compleet nieuw gedeelte van het schip ontdekt. De eerste keren werkt het prima, alleen na meerdere pogingen begin je steeds duidelijker de bouwstenen te herkennen waarmee de game zijn levels in elkaar zet. Gelukkig is er altijd wel iets, vleesportalen, ammunitepunten of speciale uitdagingen, te vinden in een kamer, waardoor verkenning niet snel doelloos aanvoelt.
Dat is jammer, want juist de setting had zich uitstekend geleend voor een uitgebreider avontuur. De Orpheus heeft een fijne, beklemmende sfeer en het mysterie rondom je personage is interessant genoeg om verder te willen ontdekken. Ik merkte daardoor dat ik steeds vaker verlangde naar een normale campaign. Geef mij zorgvuldig ontworpen levels, een duidelijke voortgang door het schip en een verhaal dat zich tijdens die reis verder ontvouwt. De combinatie van retro-shooter, sciencefiction en horror werkt namelijk uitstekend. Het is vooral de roguelike-structuur die uiteindelijk voor herhaling zorgt en je dwingt om stukken opnieuw te spelen waar je inmiddels wel klaar mee bent als er niks nieuws gedaan wordt.

Verzorgd, maar te voorzichtig
Het frustrerende is dat Moros Protocol eigenlijk weinig echt verkeerd doet. De wapens voelen goed, de katana is een leuke toevoeging voor gevechten van dichtbij en dankzij het dashen en sprinten zit er een lekker tempo in de actie. Tegelijkertijd neemt de game nergens echt een groot risico. Procedurele levels, willekeurige wapens, permanente upgrades, opnieuw beginnen na de dood en hopen op een betere combinatie tijdens je volgende run: we kennen het inmiddels allemaal. Moros Protocol voert die onderdelen netjes uit, maar geeft er onvoldoende een eigen draai aan. Vooral wanneer de grind begint en je meerdere keren door vergelijkbare kamers moet knallen, neemt de motivatie snel af. Dat wordt nog eens versterkt doordat geluk zo’n grote rol speelt. Een goede run waarin alles op zijn plek valt is hartstikke leuk, maar een poging waarin de juiste wapens maar niet verschijnen voelt eerder als verloren tijd.
Moros Protocol is daarmee een verzorgde roguelike-shooter die op technisch en visueel gebied weinig grote steken laat vallen. De retrostijl is tof, de neonverlichting geeft de donkere gangen van de Orpheus veel sfeer en de snelle besturing maakt het lekker om door de levels te knallen. Ook het verhaal en vooral de reacties van het hoofdpersonage op zijn steeds terugkerende bestaan zijn leuke toevoegingen. Het probleem is alleen dat de game na een sterke eerste indruk steeds meer terugvalt op de bekende eigenschappen van het genre. Je moet grinden, geluk met wapens en upgrades speelt een grote rol en de procedureel opgebouwde kamers beginnen uiteindelijk behoorlijk op elkaar te lijken. Daardoor was ik er sneller op uitgekeken dan ik had gehoopt. Er zit hier een prima shooter verstopt en juist daarom bleef bij mij vooral het gevoel hangen dat ik Moros Protocol liever als een traditionele campaign had gespeeld. Met zorgvuldig ontworpen levels en meer nadruk op het verhaal had de mysterieuze reis door de Orpheus wat mij betreft een stuk interessanter kunnen zijn.




